pastor Jumah en generaal 'blote kont'
Afgelopen zondag was er een speciale dienst aan boord. Verschillende Liberianen kwamen spreken over hun ervaring in de oorlog, en getuigen over wie God is geweest voor hen in die tijd. Thema was: verzoening en vergeving, een hot item voor een land als Liberia. 2 verhalen wil ik jullie meegeven, 2 verhalen die voor mij ineens het besef gaven hoe zwart-wit de geestelijke wereld is, zo tegengesteld satan en Gods plannen zijn met de mens. Ik heb nog steeds mijn vragen als ik alle leed om me heen zie, soms heel dichtbij, en toch zie ik door al die verhalen de ongelooflijke liefde, genade en trouw van onze God, van Jezus die alle leed en pijn wilde dragen, zoveel liefde kan ons simpele mensenverstand nooit bevatten of verklaren. Voor hen die God vrezen, zullen alle dingen meewerken ten goede…
Het verhaal van Pastor Jumah, een man die schijnbaar onvermoeibaar door Liberia reist om het evangelie te brengen. Hij werkte deze maanden nauw samen met mercy ships, 3 keer per week met een landrover, beamer en wit laken op pad om de film van het Lukas-evangelie te laten zien. Elke avond waren er meer dan 400 mensen aanwezig, en altijd waren omliggende kerken bij deze avonden betrokken. De pastor mist 1 hand. Hij is altijd goedlachs, hartelijk en gedreven om het Evangelie te brengen, “want de tijd is maar kort!”
Zijn verhaal:
Ik moest vluchten voor de oorlog. Ik met mijn vrouw en kinderen, broers, ouders, de hele groep zijn we de bush ingevlucht. Daar verstopten we ons dagen, wekenlang. Toen was op een dag al het eten op. We moesten iets doen. Maar de soldaten en rebellen zaten overal. Uiteindelijk met 4 mannen op pad gegaan. We vonden rijst in een dorp, en wilden nog wat fruit meenemen, toen ineens achter ons een stem klonk: Geen beweging of we schieten je dood. Grote mannen huilen niet denk je? Reken maar dat we gehuild en gesmeekt hebben. Laat ons gaan, we zijn geen rebellen, alleen maar burgers op zoek naar eten. Zij waren met zijn 2en, met samen 6 wapens. We moesten op een rij gaan staan, we zouden worden neergeschoten. Ik bad: Heere, mijn tijd is gekomen, neem mijn ziel in Uw hand. Maar God zei: Nee, het is nog niet je tijd. Het schot klonk, mijn eerste vriend viel dood neer. Zo daarna ook mijn andere 2 broers. Ik was nog als laatste over. Toen zeiden ze: lopen, rennen jij!! Ik ben gaan rennen, toen openden ze het vuur op mij. 6 automatische geweren, ik viel, een kogel had mijn onderarm kapot geschoten. Ik bad: Heere, maar U zei dat ik zou leven!! En God zei: ‘deze verwonding zal Ik gebruiken om je tot een grote getuige te doen zijn… Van al die kogels die ze schoten, is het een wonder dat alleen mijn onderarm geraakt was. Ik ben bij mijn familie teruggekomen. Na maanden van pijn is uiteindelijk mijn onderarm geamputeerd zoals je ziet. Na de oorlog ging ik door met kerken oprichten, preken. Maar in mijn hart was een bittere wortel, achtergelaten door het onrecht dat me was aangedaan. Die bitterheid zat in mij, en zorgde soms voor conflicten in huis, een pijn in mijn binnenste, een vuur dat me inwendig verteerde.
Het was de tijd niet lang na de oorlog, en elke rebel die gevonden werd, kon er zeker van zijn dat zijn einde nabij was als hij herkent werd door zijn slachtoffers. Ik zat voor mijn huis, en ineens zag ik hem!! Een eindje van mij vandaan, stond daar de man die mijn vrienden, mijn broers hadden vermoord, mij had laten lijden. Er borrelde maar 1 gedachte op: dit is het moment van de wraak, nu kan er terugbetaald worden wat mij en mijn familie is aangedaan..
Maar voor ik hem kon aanwijzen en roepen dat hij een rebel was, kwamen er allemaal andere gedachten als een deken overheen. Vergeef wie u geweld aan doen, volg Mij, enz. En in dat korte moment veranderde God iets in me. Dat korte moment kreeg ook mijn vijand mij in de gaten, en hij herkende mij ook! Hij draaide zich om en wilde achterlangs een vrachtauto wegvluchten. Ik rende langs de andere kant van de auto, en op het moment dat hij vertwijfeld rondkeek welke kant hij het beste weg kon rennen, stond ik voor hem, sloeg mijn armen om hem heen, drukte hem dicht tegen me aan en zei: Niet wegrennen, niet wegrennen, ik vergeef je. Ik weet wie je bent, maar ik vergeef je, in Jezus’ Naam vergeef ik je. De man wist niet wat hij meemaakte. Samen hebben we gepraat, ik heb hem verteld van Jezus die ook vergaf, en van mij vroeg hetzelfde te doen. Deze man werkte in de haven, waar ik hem de volgende dagen heb opgezocht, het evangelie heb verteld, zijn vrienden kwamen erbij, en God heeft wat groots gedaan daar. Hij en vrienden van hem hebben Jezus in hun leven aangenomen, zonden beleden, en vergeving ontvangen. Kort daarna kwam de man naar me toe: ik wil met je mee, om het Evangelie te gaan brengen in Liberia. Nu werken we samen, als broeders in Gods Koninkrijk. En mijn arm die ik moet missen, is een aanleiding geworden om God groot te maken, en mensen te vertellen wat de kracht van vergeving is, welk een genezing en vrede het brengt!! Niet omdat wij het zo goed deden, maar alleen door genade, door het verzoenende bloed van onze Koning, Jezus! Voor wie God dienen, zullen alle dingen meewerken ten goede! Amen??
De pastor loopt naar zijn stoel, maar omhelst eerst de man die naast hem ziet, een stevige man van half de 30. Na een korte introductie komt deze man naar voren. Zijn leven is een verhaal van horror, van evil, van dood en satanisme… (dit verhaal is afgrijselijk, maar soms is het goed te weten hoe reëel deze dingen in dit land zijn geweest. Ze noemen Liberia soms ‘de speeltuin van de duivel’, ik denk dat dit verhaal laat zien wat het plezier van satan is, hoe gruwelijk hij is, maar ook hoe Gods liefde zelfs deze inktzwarte duisternis kan doen verdwijnen als Zijn licht erop gaat schijnen.)
Het verhaal van generaal 'blote kont':
Mijn vader was geroepen om priester te worden in onze stam. De priester is de persoon in de stam die vrede en bescherming brengt, omdat hij contactpersoon is met de geesten, en dus bescherming en voorspoed kan geven door hen. Mijn vader had echter een opleiding gehad en was teveel beïnvloed door de buitenwereld. Dus de orakels zeiden dat in zijn plaats zijn eerste zoon priester zou worden. Zijn zoon werd geboren, maar zijn vrouw kwam van een andere stam. De orakels (die zijn dus heel reëel he, niet wat fantasien van mensen hier) eisten dat mijn vader met een vrouw van de eigen stam zou trouwen, daar een kind bij zou verwekken, en die zoon zou de hogepriester zijn. Het lot werd geworpen, en een getrouwde vrouw moest bij mijn vader gaan wonen tot ze een zoon kreeg. Daarna mocht ze weer terug naar haar eigen man. (Een van de dingen die satan graag doet: relaties ontwrichten). Die zoon was ik.
Ik groeide redelijk normaal op tot mijn 7e, daarna werd ik ingewijd in de geheimen van het priesterschap. Op mijn 11e ongeveer wist ik genoeg om priester te worden. Ik was degene die tussentrad tussen de geesten en de mensen. Als we de geesten om raad of moeilijke dingen moesten vragen, dan kostte dat een offer. En ik moest dat offer brengen.
De oorlog kwam, en ik moest gaan vechten. Als priester moest ik de eerste keer (of altijd?) naakt strijden. Ik kreeg daardoor de bijnaam generaal ‘Bud-naked’ (blote kont). Een naam die in de komende maanden/jaren dezelfde betekenis als de dood kreeg. Als die naam werd genoemd was je dood nabij. Elke keer dat ik van hogepriester generaal werd, moest er een offer gebracht worden. Dat offer moest een kind zijn. Dat niet besmet was met invloeden van buitenaf. Een kind van 3, 6 of 9 jaar. Ook vocht ik met alleen maar kinderen. De oudste was niet ouder dan 13. Ik trainde ze, en ik leidde ze in de strijd. Voor we gingen vechten moest er dus een kinderoffer gebracht worden. Ik nam dat kind dan mee tot aan de linie. Dan kapte ik met een bijl vanaf de rug het hart eruit, en at dat met de andere kinderen op. Soms ook meer dan alleen het hart. En zo gingen we dan ten strijde. Als ik 2 keer op een dag in de aanval moest, moest er dus 2 keer een offer gebracht worden.
Op een dag was de aanval zo hevig, maar alle moeders hadden hun kinderen verstopt, er was geen kind meer te vinden. En ik kon niet gaan vechten voor een offer was gebracht. Overal vielen doden door mortierinslagen, de mensen werden wanhopig. Uiteindelijk rende 1 moeder naar de schuilplaats van haar kind, en bracht haar naar me toe. Ze was zo ongelooflijk mooi, dat zelfs ik, die geen enkel geweten meer had, moeite had om haar mee te nemen. Maar de macht die me dreef was zo sterk, sleepte me mee en ik heb dit prachtige kind vermoord (hij stopt, slikt.. oh God…) ik heb dat kind gedood.
Toen hoorde ik een stem achter me, die in mijn stamtaal tegen me begon te spreken. Hij zei: 'Mijn zoon, waarom doe je dit? Waarom leidt je het leven van een slaaf terwijl je kunt leven in vrijheid, als een Koningskind?”. Toen ik me omkeerde stond daar een man met eenvoudige kleren aan, maar zijn kleren waren zo wit dat ik eigenlijk alleen maar naar Zijn voeten kon kijken. Ik wist toen nog niet dat het Jezus zelf was. En ik vroeg hem: Waarom noem je me slaaf? Ik heb de hoogste macht in mijn stam! Het leven van mensen is in de mijn handen. Als ik zeg tegen een onschuldige dat hij moet sterven, dan doden mijn mensen hem. Zeg ik tegen een schuldige, laat hem gaan, dan is hij vrij! Waarom zou ik dus een slaaf zijn?" Maar Jezus liet me zien dat ik onder het juk van de boze leefde, dat ik een slaaf was van de boze geestelijke machten, die me tot een beest maakten. Mij dingen lieten doen die ik ten diepste soms helemaal niet wilde. Mensen dachten dat ik door de oorlog zo was geworden, maar in werkelijkheid heb ik al vanaf mijn 11e menselijke offers moeten brengen, vanaf mijn elfde mensen gedood.
Ondanks dat alles noemde deze Jezus mij ‘Mijn zoon’. Als die Jezus mij als Zijn zoon wil aannemen, dan weet ik zeker dat het kan voor elk mens op aarde, voor de grootste tiran, tot Osama toe. Ik was een duivel, er kleeft zoveel bloed van weerlozen, onschuldigen aan mijn handen. Maar God heeft ze schoongewassen. Ik heb een vrouw, en 4 kinderen. Mijn vrouw heb ik nog nooit uitgescholden, mijn kinderen met geen vinger aangeraakt. Als God mij kon veranderen in een normaal mens, en me zelfs een eigen vrouw en kinderen heeft gegeven, weet dan dat het voor iedereen kan… Hij ging terug naar zijn plek, pastor sloeg zijn armen om hem heen. Dit te moeten vertellen is elke keer weer moeilijk. Hij is voor de rechtbank na de oorlog geweest, en elke keer als hij ergens spreekt, zijn er weer mensen die hij om vergeving zal moeten vragen. Hij werkt nu veel met ex-kindsoldaten, doet mee met verzoeningsprojecten door het land.
Het raakte me deze 2 mensen naast elkaar te zien zitten, een dader en een slachtoffer. Met de armen om elkaars schouders. Samen nu aan het werk in Gods koninkrijk. Zoiets kan toch alleen door Gods Geest gebeuren?
Een verhaal vol leed, onrecht, pijn, ook voor hen die God al kenden. En toch… zie ik in deze 2 levens zo het verschil tussen wie God is en wie satan is. Wie dien jij? Is God al zo persoonlijk voor ons, dat we Hem geloven, als Hij ons 'Mijn zoon, of Mijn dochter noemt?'
P.S: het verhaal van de generaal is verschenen in een boek, de titel is; ‘naked man’.