rariteiten in de wandelgangen

Op de een of andere manier bouwt een mens gewoontes in in de dagelijkse communicatie. Ook hier is dat ondertussen opgebouwd. Een paar opmerkelijke:

Ik deel mijn stapelbed met Kwynn, die doof is. Zij moet meestal eerder uit bed dan mij, half 6 ofzo. Als de wekker gaat, hoort zij het meestal niet. Dus als het alarm overgaat in versnelde pieppieppiep, is het mijn beurt om alarmclock te zijn. Ik dreun 3 keer tegen het bed boven me, waardoor kwynn wakker wordt. Vervolgens draai ik me weer om, en slaap verder. Het grappige is dat we het nooit met elkaar besproken hebben, ook niet achteraf. 't Is allemaal vanzelfsprekend gegaan.

Kwesi Sam is een oude Ghanees van 70, die de leiding heeft over de dagwerkers in het deck-department. Een oude man, met de vertraagde pas die bij zijn leeftijd hoort, maar verder zo fief als wat. Hij heeft een paar jaar in Nederland gewerkt, en kan een paar woorden Nederlands. Hij is er trots op een 'ouwe taaie' te zijn! Een van de woorden die hij onthouden heeft uit Nederland. Dus als we elkaar zien, zeg ik: 'Hello Ouwe Taaie!' waarop hij met een grijns antwoord: 'Jippiejipie-jee!' Als er nieuwe Nederlanders aan boord komen, kijken ze me aan met een blik van: die is asociaal om een oude man zo te groeten!

Soms kom ik mensen zo vaak tegen, dat het vermoeiend wordt altijd hoi te zeggen. Maar stommetje spelen is dan net of je elkaar niet wilt zien. Dan is de tactiek van het salueren erg handig, vooral afrikanen houden daarvan. Dus als ik passeer salueer ik, en zeg soms nog: yes sir! De ander geeft hetzelfde gebaar en je loopt door. Goed om wat variatie in te bouwen toch? 

Is er ook nog een dagwerker waar ik altijd met een hoge stem mee praat. Geen idee hoe dat is gegroeid!

Odecious is een wat oudere Liberiaanse dagwerker. In Liberia zeg je uit respect Opa of Pappy tegen oudere mensen. Hij werkt in transportation, dus komt vaak de sleutels voor auto's bij me ophalen. 'Yes, oma, how de morning', met een big smile. 'Good morning opa, no bad oh, how are you?' 'I'm all right, thank you.' (ik vertelde hem dat het in NL niet echt een compliment zou zijn als mensen oma tegen me zouden zeggen. Waarom willen ze in de west niet oud worden? Iedereen wordt oud, kom je niet omheen. Waarom zou je je er dan voor schamen, of zelfs ontkennen dat je oud wordt? Ik snap die mensen niet! Oud worden is een eer, iets om dankbaar voor te zijn! En minder sterk worden hoort daar nou eenmaal bij!)

Hebben we ook nog Philip, wij groeten elkaar alleen maar door de naam te noemen: Philip Dumbuya! "Ellien de Pakter!) Of een dagwerker die me president noemt, omdat de president hier Ellen heet. Ik noem hem dus mijn minister. Als ik bij receptie werk is er 1 die altijd op mijn bel slaat, en weer doorloopt. Is er geen bel, dan slaat hij met zijn hand op de balie. Maanden gaat dat zo, zonder dat ik er echt bij stil heb gestaan. Maar als je erover na gaat denken vind ik het steeds maffer worden, leven met 350 man tussen stalen wanden verspreid over 8 decken. Gelukkig dat er wat doorstroom is, anders zou je toch gek worden van elkaar misschien.